Interview nummer 18 : Gregoor van Dijk

Mentaliteit én voetballend vermogen


 lk


Foeke Booy kan weer een beroep doen op Gregoor van Dijk (25). Na een schorsing van vijf wedstrijden maakte hij zijn rentree in het bekerduel tegen Rijnburgse Boys. En voor de competitie speelde hij vorige week al in Arnhem tegen Vitesse. Maar vandaag is de middenvelder eindelijk ook weer in een competitiewedstrijd in Stadion Galgenwaard te bewonderen. En dat nu juist tégen zijn vorige club: Roda JC!


Heb je meteen op het programma gekeken, wanneer deze wedstrijd gepland stond?

,,Jazeker, ik heb het meteen opgezocht. Want ik heb vijf jaar bij Roda JC gespeeld. Dus dat maakt het heel speciaal. En ik vind het leuk om tegen de jongens te spelen. Ik heb nog regelmatig contact met Ger Senden, hij is echt een vriend van me. En ook spreek ik Pa-Modou Kah geregeld.”

Het gaat goed met jouw voormalige club, hè?

"Zeker. Maar ik heb ze dit jaar toevallig precies gezien, toen ze juist niet zo goed speelden. Dat was thuis tegen Sparta. Ze wonnen toen wel, maar het spel liet te wensen over. Dat zegt echter ook veel; slecht spelen en de punten pakken. Dat is knap. Over het algemeen vind ik dat ze een hele degelijke ploeg hebben. De verdeling is in orde. Ze hebben een goede keeper, een achterhoede die weinig weggeeft en een beweeglijk middenveld. En ze hebben met Cissé en Oper goede spitsen. Daar ligt hun kracht.”

Dat is niet zo zeer te zien aan hun doelpuntenproductie.

,,Nee, ze scoren misschien niet zo vaak. Maar de spitsen zijn wel lastig te verdedigen. Zij weten hoe ze een defensie kunnen bezighouden. En het middenveld profiteert daarvan. Zeker Adil Ramzi, die hier in Utrecht nog bekend is. Hij komt goed tot zijn recht.”

Had je verwacht dat het zo goed zou gaan met Roda na jouw vertrek?

,,Ik dacht wel dat ze de weg omhoog weer zouden vinden, maar niet zo snel al. Ze hebben namelijk veel nieuwe spelers en dus verwachtte ik dat ze daarvoor wel tien ronden nodig zouden hebben. Blijkbaar klikt het echter al meteen snel. Dat geluk moet je soms hebben. Het was ook de bedoeling van Roda om beter te worden, en dan niet zozeer qua voetballende kwaliteiten, maar meer wat betreft karakters van spelers. Die hebben ze nu goed bij elkaar gezocht. Een paar jaar geleden ontbrak de chemie nog bij Roda. Het was mentaal niet zo sterk. Ze zijn nu echt beter.”

Hoe is dat mogelijk, nu juist jij – de man met de goede mentaliteit – weg bent bij Limburg?                              

"Ik denk dat ze naar meer van dergelijke types hebben gezocht. Zo doet de speler die nu op mijn positie staat bij Roda – Marcel Meeuwis – het hartstikke goed.”

En jij bent juist weer gehaald als opvolger van Jean-Paul de Jong, de bikkel van FC Utrecht. Wat vind je zelf eigenlijk van die vergelijking?

"Soms vind ik dat wel moeilijk, want Jean-Paul speelt hier nog en is heel belangrijk voor de groep. Dus ik ben het er niet helemaal mee eens. Maar ik begrijp het wel. Qua positie zijn we immers dezelfde soort speler. Alleen heeft hij andere kwaliteiten dan ik. Zo is hij meer een corrigerende speler en ik meer een voetballende middenvelder. Daarnaast is hij veel verder dan ik in zijn carrière.”

Je hebt FC Utrecht een logische stap genoemd in je carrière.

"Dat vind ik nog steeds zo. Na vijf jaar Roda was het goed om verder te kijken. En FC Utrecht is een club die bij me past en een club die altijd voor Europees voetbal wil gaan. Qua selecties zijn beide ploegen redelijk gelijkwaardig. Maar FC Utrecht is op veel fronten verder dan Roda. En dan met name in de organisatie om het elftal heen. De medische en technische staf is uitgebreider. En ons trainingscomplex Zoudenbalch is erg luxueus. Aan die zaken zie je dat Utrecht heel ver is. En FC Utrecht lijkt meer te leven in Nederland dan Roda JC.”

Vandaag is het de eerste thuiswedstrijd in de competitie na jouw schorsing. Hoe was het om vijf wedstrijden lang niet in actie te mogen komen?

"Moeilijk. Ik wil elke wedstrijd spelen. In de wedstrijden dat het goed ging met het team zoals tegen ADO Den Haag, was het wel makkelijker om verplicht toe te kijken dan op momenten dat het – zoals bij NAC – moeizamer liep. Dan wilde ik mijn steentje bijdrage en was het moeilijk te accepteren dat ik niets mocht doen. Niet dat ik dacht dat het met mijn inbreng wel goed was gegaan. Maar je wilt toch de jongens dan zo graag helpen. Daar werd ik heel onrustig van.”

Hadden de onderbrekingen door de schorsing en een daarbij gekomen hamstringblessure veel invloed op jouw wedstrijdritme?

"Het was jammer dat ik door de blessure niet in oefenwedstrijden mee kon doen, want voor die wedstrijden was ik niet geschorst. Daar had ik juist mooi ritme kunnen opdoen. Maar op zich ben ik geen type dat heel veel ritme nodig heeft. En conditioneel ben ik op niveau gebleven de afgelopen tijd.”

Je hebt zelf in de media geen mening gegeven over de lange schorsing. Was dat een bewuste zet?

"Absoluut. Nadat het allemaal was gebeurd, is er veel over gezegd en geschreven. Maar op dat moment kon ik er niets meer aan veranderen. En leek het me het beste om alles er maar over te laten zeggen en schrijven. Dan was ik er weer het snelste af. Wie zich brandt, moet op de blaren zitten.”

Wat heb je van alle commotie om jouw uitspraken die aan de wedstrijd van de schorsing vooraf ging geleerd?

"Dat ik voorzichtiger moet worden in interviews. Kleine dingen die je zegt, kunnen anders worden geïnterpreteerd. Ik ben wat minder naïef nu."

En nu kun je weer vooruit kijken.

Inderdaad. Ik heb ervan geleerd en nu richt ik me weer op het heden en op de toekomst. Qua spel wil ik vooral dwingender aanwezig zijn en belangrijker worden voor de ploeg dan dat ik vóór de schorsing was. In de voorbereiding lukte me dat trouwens wel al, nu wil ik dat in de competitie ook doortrekken.”